Nieuws

Invloed van licht op gezondheid onderschat

Share Button

lopenindezon

Invloed van licht op veel lichaamsfuncties onderschat

Onderzoeken leggen een link tussen daglicht en gewicht. Wie al vroeg op de dag in helder daglicht komt, zou volgens dit onderzoek een lager BMI hebben. Andere onderzoeken leggen de relatie tussen daglicht en bruin vet.

Daglicht zorgt voor de aanmaak van het hormoon melatonine in de pijnappelklier. Via het netvlies vangt de pijnappelklier signalen op van lichtinval.  Vanaf schemering gaat de melatonineproductie omhoog, en dit maakt slaperig. Melatonine regelt onze biologische klok, maar ook functies die relateren aan geslachtshormonen en immuunsysteem. Wanneer de melatoninehuishouding in balans is, behouden we ook langer een jeugdig uiterlijk en blijven we slanker.

Serotonine

Door gebrek aan voldoende daglicht kan de  melatonineaanmaak overdag niet onderdrukt worden. Dat heeft weer invloed op de aanmaak van serotonine (één van de stoffen die ons welbevinden regelt). Er wordt onvoldoende serotonine aangemaakt, en aangezien serotonine wordt opgebouwd uit koolhydraten, willen we meer koolhydraten dan normaal eten.  Serotonine beïnvloedt niet alleen het eetgedrag, maar ook stemmingen, seksueel gedrag, slaap en pijntransmissie. Doordat de productie van  melatonine overdag onvoldoende onderdrukt wordt, beïnvloedt dit de productie van neurotransmitters (waaronder dus serotonine) en bepaalde activatiehormonen overdag negatief.

Relatie bruin vet en daglicht

In 2009 werd voor de eerste keer het verband gelegd tussen daglicht en bruin vet, door een studie van professor Symonds van de Universiteit van Nottingham. Volgens de professor was zorgde daglicht voor een mechanisme dat bruin vet kan controleren en kan dit tot nieuwe behandelingen leiden om obesitas te voorkomen of terug te draaien. In de studie (gepubliceerd in Diabetes) is gedocumenteerd dat veranderingen in de activiteit van bruin vet meer relateert aan daglicht dan aan temperatuur.

Wat is bruin vet ?

Er zijn aanwijzingen dat bruin vet een rol speelt bij het voorkomen en het behandelen van overgewicht.  Bruin vet is een soort vetweefsel dat in plaats van energie op te slaan zoals wit vet, in staat is om energie te verstoken. Hierbij wordt warmte geproduceerd.  De warmte die gegenereerd wordt door het bruine vetweefsel is belangrijk om de lichaamstemperatuur op peil te houden in kleine zoogdieren (bijv. knaagdieren) en ook bij menselijke baby’s. Het werd gedacht dat dit bruine vet niet meer aanwezig zou zijn in volwassenen. Echter, in 2009 is door onderzoek aan de Universiteit van Maastricht aangetoond dat de volwassen mens nog wel degelijk bruin vet heeft en dat dit geactiveerd kan worden door kou [o.a. van Marken Lichtenbelt, 2009]. Uit dat onderzoek bleek ook dat mensen met overgewicht minder tot geen bruin vet meer hebben. Dit wijst op een rol voor bruin vet bij obesitas. In 2012 namen de onderzoekers ook beige vet onder de loep.

Drs Vijgen van de Universiteit van Maastricht geeft uitleg over bruin vet:

 

Hoogleraar RUG: ‘invloed van licht op gezondheid wordt onderschat’

Onbewuste waarneming door het oog regelt alertheid en slaap-waakritme

Volgens hoogleraar Domien Beersma van de Rijksuniversiteit Groningen wordt de invloed van licht op gezondheid onderschat en is voldoende daglicht  essentieel voor een goede gezondheid.   Hij zegt dat de onbewuste waarneming van licht cruciaal is voor de gezondheid. Dat bewuste waarneming van licht in het netvlies van grote waarde is voor ons welzijn en gezondheid is bekend. Minder bekend is dat ook de onbewuste, niet-beeldvormende waarneming van licht in de hersenen reacties oproept die een grote rol spelen in ons gezond functioneren. Directe effecten van onbewuste lichtwaarneming zijn bijvoorbeeld veranderingen in onze alertheid: in een donkere zaal is de kans dat iemand tijdens een presentatie in slaap valt veel groter dan in een zaal met veel licht. Op de langere termijn heeft onbewuste waarneming van licht onder meer effect op iemands biologische klok en chronotype.

Chronotype is gedefinieerd als het midden van de slaap op vrije dagen: als iemand op vrije dagen uit zichzelf om 23 uur naar bed gaat en om 7 uur opstaat, is zijn chronotype 3 uur. Extra lichtblootstelling in de avond zal het chronotype naar een later tijdstip verschuiven, extra licht in de ochtend juist naar een vroeger tijdstip.
Als mensen ’s nachts werken, wijken ze af van hun chronotype en ontstaan er problemen met wakker en alert blijven, waardoor fouten en ongelukken op de loer liggen. Ook is het dan moeilijker om snel in te slapen en aan een stuk door te slapen. Dit verklaart bijvoorbeeld de slaap- en alertheidsproblemen bij jetlag. Veel mensen ervaren wekelijks een vorm van jetlag doordat hun slaaptijden op een vrije dag afwijken van hun slaaptijden op een werkdag. Dit wordt sociale jetlag genoemd.

Ganglioncellen

De niet-beeldvormende effecten van licht zijn pas recentelijk op de onderzoekagenda terechtgekomen, en het fysiologische systeem dat eraan ten grondslag ligt wordt nu in snel tempo ontrafeld. Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor intrinsiek lichtgevoelige retinale ganglioncellen in het netvlies, in de Engelstalige literatuur aangeduid als ip-RGC (intrinsic photosensitive retinal ganglion cells).

Net zoals de andere ganglioncellen in het netvlies houden deze cellen zich bezig met de verwerking van informatie die verzameld is door de staafjes en de kegeltjes. Eén van de verschillen met andere ganglioncellen is dat deze cellen daarnaast ook rechtstreeks gevoelig zijn voor licht. Daartoe bevatten ze het fotopigment melanopsine, dat het meest gevoelig is voor blauw-groen licht. Een ander verschil heeft betrekking op de anatomie. Ip-RGC’s komen op verschillende locaties in het netvlies voor en projecteren naar diverse gebieden in de hersenen, waaronder de nucleus suprachiasmaticus (SCN), de zetel van de biologische klok (zie figuur).

Blindheid en staar

De uitgestrektheid van het netwerk van projecties laat zien dat niet-visuele effecten van licht op veel plaatsen in de hersenen een rol spelen. Het onderzoek daarnaar is nog maar net begonnen en de kennis zodoende fragmentarisch. Toch kunnen we in zijn algemeenheid al wel concluderen dat niet alleen het zien bepaalt of een oog nog functioneert en dat artsen daar bij oogheelkundige interferenties rekening mee moeten houden. Mensen kunnen blind zijn terwijl het niet-beeldvormende systeem wel functioneert en het slaap-waakritme daardoor normaal synchroniseert met de licht-donkercyclus. Indien de ogen van blinde mensen worden verwijderd, verdwijnt hun mogelijk nog functionerende niet-visuele systeem, wat maakt dat het slaap-waakritme niet meer normaal door licht kan worden gesynchroniseerd. Dat kan slaapproblemen geven.

Bij staaroperaties worden verder steeds vaker gele (blauw licht blokkerende) lenzen teruggeplaatst in plaats van neutrale lenzen. Deze lenzen maken dat er minder blauw licht op het netvlies valt waardoor het niet-beeldvormende systeem, dat vooral gevoelig is voor blauw licht, niet optimaal wordt aangesproken

Lichttherapie

Een andere onontkoombare conclusie uit het onderzoek tot nu toe is dat het functioneren van de mens ritmisch is. Op sommige tijden van de dag functioneren wij uitstekend, en op andere tijden veel minder. In de nachtdienst worden bijvoorbeeld twee maal zoveel fouten gemaakt en er gebeuren tweemaal zoveel ongelukken als overdag. Ook de productiviteit is ’s nachts vaak lager dan overdag.Niet-visuele effecten van licht kunnen worden ingezet om hierin verbeteringen aan te brengen. Het noodzakelijke onderzoek hiernaar staat nog in de kinderschoenen, maar is veelbelovend

Als therapie heeft helder licht bijvoorbeeld haar plaats al verworven binnen de geestelijke gezondheidszorg. Stemmingsstoornissen, al dan niet met een seizoensgebonden patroon, worden in de meeste ggz-centra met succes behandeld met lichttherapie en ook in de ouderenzorg wordt steeds vaker lichtbehandeling toegepast, met name bij slaap/waakstoornissen en om de progressie van dementie te vertragen. In toenemende mate wordt licht ook gebruikt als behandeling bij vermoeidheidsklachten en burn-out.Hoewel lichttherapie in de eerste lijn redelijk goed bekend is, wordt toch nog vaak teruggegrepen op medicatie. En in de bedrijfsgeneeskunde is lichttherapie nog vrij onbekend, terwijl ook hier interessante mogelijkheden bestaan voor interventies, onder meer bij slaap- en stemmingsstoornissen, maar ook voor nachtdiensten. Er is daarom grote behoefte aan meer systematisch onderzoek, zodat we de niet-beeldvormende functies van het oog beter leren begrijpen en bewust kunnen beïnvloeden, met een betere gezondheid tot gevolg.

Referenties:

Share Button

Blijf op de hoogte van het laatste gezondheidsnieuws

Voer je e-mailadres in, en ontvang bericht in je mailbox als er een nieuw artikel is!

Sinds kort zit Goedgezond ook op Facebook! Help je mee om de pagina bekend te maken? Vergeet dan niet op ‘vind ik leuk te klikken’ ;-) Thanks!