Brein Kids Nieuws

Link tussen serotonine en prikkelgevoeligheid bij kinderen met autisme

[ File # csp8101732, License # 2998064 ]
Licensed through http://www.canstockphoto.com in accordance with the End User License Agreement (http://www.canstockphoto.com/legal.php)
(c) Can Stock Photo Inc. / dacasdo
[ File # csp8101732, License # 2998064 ] Licensed through http://www.canstockphoto.com in accordance with the End User License Agreement (http://www.canstockphoto.com/legal.php) (c) Can Stock Photo Inc. / dacasdo
Share Button

Onderzoekers hebben een link gelegd tussen neurotransmitter serotonine en bepaalde gedragingen van kinderen met autisme. Het gaat met name om de prikkelgevoeligheid. Deze overgevoeligheid van de zintuigen wordt beïnvloed door serotonine.

[ File # csp8101732, License # 2998064 ] Licensed through http://www.canstockphoto.com in accordance with the End User License Agreement (http://www.canstockphoto.com/legal.php) (c) Can Stock Photo Inc. / dacasdo
Foto van canstockphoto.com

Mogelijk nieuwe behandelingen

De link kan mogelijk tot nieuwe autismebehandelingen leiden, melden Vanderbilt onderzoekers. Volgens hen is dit de eerste aanwijzing dat er een verband is tussen sensorische moeilijkheden (prikkelgevoeligheid) en serotonine, bij kinderen met autisme.

Sensorische overgevoeligheid

Geluids- en visuele prikkels die getolereerd worden door mensen zonder autisme kunnen bij mensen met autisme pijn veroorzaken of paniek of angst oproepen. Overgevoeligheid van de zintuigen, ook wel sensorische overgevoeligheid genoemd, kan variëren van licht gevoelig tot erg gevoelig. Mensen die last hebben van overgevoeligheid kunnen hun ogen of oren met hun handen bedekken wanneer ze teveel prikkels ervaren. Oudere kinderen en volwassenen, die niet kunnen praten of een kleine woordenschat hebben, hebben vaker last van sensorische gevoeligheid dan personen met een goed taalniveau.

Volgens autisme-researcher assistent professor Carissa Cascio van Vanderbilt Kennedy Center geeft dit onderzoek ‘een beter inzicht in hoe serotonine de prikkelverwerking beïnvloedt, wat ons helpt om nieuwe behandelingen te ontwikkelen.’

Hyper- of hyporesponsiviteit

Als mensen denken aan een autismespectrum stoornis, denken ze meestal als eerste aan sociale tekortkomingen zoals een gebrek aan communicatie en het vermijden van oogcontact. Ook denkt men meestal meteen aan herhaalgedrag.

Het onderzoek van Cascio en haar collega’s van Research in Autism Spectrum Disorders wierp echter een licht op een kenmerk van autisme waar vaak overheen gekeken wordt: sensorische disfunctie. Sensorische disfunctie bij autisme wordt geclassificeerd als hyper- of hyporesponsiviteit; ongebruikelijke sterke reacties op aanraking, geluid of visuele stimuli, of juist ontbrekende reacties op stimuli.

“Er wordt gespeculeerd dat deze gedragingen een adaptief doel dienen m.b.t. de prikkel-input, namelijk om deze input te beperken in een omgeving die overweldigend is. “

Hyperserotonemia

Serotonine staat behoorlijk in verband met autisme; een geschatte 30% van kinderen met autisme hebben ook hyperserotonemia, een conditie waarbij het serotonineniveau in het bloed verhoogd is.

Cascio: “Er is een sterke mogelijkheid dat hyperserotonemia bijdraagt aan sommige medische kwesties die we meestal zien bij autisme.”

Serotonine transporters

Momenteel focussen onderzoekers zich op de manier waarop de serotonine transporter, SERT, bijdraagt aan autisme. SERT reguleert de serotoninespiegel zowel in het bloed als in het brein. Door genetische variatie kan SERT in twee lengtes (allelen) komen: een korte versie van het allel of een lange versie van het allel. Een persoon met een korte versie heeft een grotere kans op psychische problemen. Bij de lange versie worden meer serotonine transporters gemaakt. Wie twee lange allelen heeft, kan twee keer zoveel serotonine aanmaken. De lange allel staat in verband met angst en emotieregulatie. Gezien het feit dat serotonine een rol heeft bij de prikkelverwerking, stelde Cascio dat een hoge SERT-expressie linkte met hyperresponsiviteit bij autisme.

Om deze stelling te onderzoeken onderzocht Cascio genetische variaties in SERT en de sensorische functie zowel bij kinderen met autisme als bij kinderen met een gebruikelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er sprake was van hyper- of hyporesponsiviteit maakte het team gebruik van de ADOS (Autisme Diagnostische Observatie Schema). Ook werd gebruik gemaakt van speekselmonsters genomen en genotypering om te onderscheiden of er expressie was van de korte of lange versie van allel.

Bij de kinderen met autisme waren prikkel-hyperresponsiviteit en een hoge SERT-expressie duidelijke gecorreleerd, wat de hypothese van Cascio ondersteunde.

Herhaalgedrag

Bij het ouder worden lieten kinderen met autisme minder hyporesponsieve gedragingen zien, wat in overeenstemming is met eerder onderzoek. Cascio legde ook een sterke relatie tussen hyperresponsiviteit en herhaalgedrag bloot. Hoewel de onderliggende mechanismen van hyper- en hyporesponsiviteit bij autisme momenteel onduidelijk zijn, is serotonine een mogelijke vruchtbare grond voor verder onderzoek, meldde Cascio.

De link tussen serotonine en autisme is op zich niet nieuw en werd al eerder gelegd. Bij het onderzoek van Cascio lag de (nieuwe) nadruk op serotonine en de prikkelverwerking.

Autisme, serotonine en vitamine D

In 2014 publiceerde FASEB journal een studie waarin de link gelegd werd tussen autisme en serotonine plus vitamine D. De onderzoekers meldden in de publicatie dat de drie breinhormonen  serotonine, oxytocine en vasopressine -die het autisme gerelateerde sociaal gedrag beïnvloeden-alledrie geactiveerd worden door vitamine D. Suppletie met vitamine D en tryptofaan zou een praktische en betaalbare oplossing bieden om autisme te voorkomen en mogelijk enkele symptomen indammen, zeiden de onderzoekers. Behalve interventie met vitamine D, tryptofaan zouden ook omega-3 vetzuren de ‘serotonineconcentraties in het brein een boost geven’. Gezien de bevindingen van Cascio en de lange/korte versies van allelen, lijkt dit toch genuanceerder en gecompliceerder te liggen.

Eind 2015 publiceerde PLOS One een studie waarbij de focus ook lag op serotonine en sociaal gedrag bij autisme. Hier werd het Pten-gen onder de loep genomen, een risicofactor die aanwezig is bij een subgroep van mensen met autisme. Wanneer de activiteit van serotoninereceptor 5-HT2cR onderdrukt wordt, zou dit een drastisch effect op symptomen van autisme hebben. Dit zou zelfs leiden tot een omkering van sociale symptomen, meldde studieauteur Julien Séjouné. Meer info

@2016, GoedGezond.


Bronnen: Vanderbilt University, Faseb Journal

Vind je dit artikel informatief?

Geef de info door (via onderstaande button’s)!

Share Button

Blijf op de hoogte van het laatste gezondheidsnieuws

Voer je e-mailadres in, en ontvang bericht in je mailbox als er een nieuw artikel is!

Volg Goed Gezond op sociale media

Sinds kort zit Goedgezond ook op Facebook! Help je mee om de pagina bekend te maken? Vergeet dan niet op ‘vind ik leuk te klikken’ ;-) Thanks!