Brein Darmflora

Darmbacteriën veranderen via cortisol het brein bij autisme

Share Button

Darmbacteriën halen de laatste tijd vaak het nieuws. Recente studies onthullen hoe ze gezondheid, gedrag en neurologische stoornissen beïnvloeden, zoals autisme. Een nieuwe publicatie in Gut Microbes legt iets bloot over de manier waarop ze met de hersenen communiceren: namelijk via cortisol. Dit laat een mogelijk mechanisme zien van de autisme spectrum stoornis (ASS).

Darmbacteriën en autisme

Wat betreft de darmflora komen er steeds weer nieuwe dingen aan het licht. Nu laat onderzoek zien dat er communicatie plaatsvindt tussen de micro-organismen en hersenmetabolieten, via cortisol. Dit kan volgens de studieauteurs de karakteristieken van de autisme spectrum stoornis uitleggen.

“Veranderingen in neurometabolieten tijdens de vroege kindertijd hebben een uitgesproken effect op de hersenontwikkeling. Het is mogelijk dat het darmmicrobioom -de verzameling micro-organismen die in de darmen leven- een rol speelt in dit proces. Het is echter nog onduidelijk welke specifieke darmbacteriën de meeste invloed hebben op de breinontwikkeling, en welke factoren de relatie tussen de darmen en hersenen eventueel beïnvloeden,” laat de studieauteur weten.

Darmbacteriën zijn in staat om metabolieten en neurotransmitters te produceren, die direct invloed hebben op gedrag en zelfs op eetgedrag en voedingskeuze.

Voor de studie werd onderzoek verricht op biggen van een maand oud. Biggen lijken opvallend veel op jonge kinderen als het om de darmen en hersenontwikkeling gaat. Eerst werden de hoeveelheden bacteriën in de ontlasting en een deel van de darmen geïdentificeerd. Vervolgens werden de concentraties van bepaalde stoffen in het bloed en het brein bepaald. De biggen gaven een unieke kans om deze aspecten van de ontwikkeling te bestuderen, omdat het ethisch lastig is om deze data te verzamelen via kinderen. Uit de feces en bloed van kinderen kunnen monsters genomen worden, uit de hersenen natuurlijk niet.

De wetenschappers ontdekten dat Bacteroides en Clostridium predictors van hogere concentraties myo-inositol (een neurometaboliet) waren. Butyricimonas was dit voor n-acetylaspartaat (NAA). Bacteroides voorspelde ook hogere creatinespiegels in het brein. Wanneer de soort Ruminococcus rijkelijk aanwezig was in de ontlasting, waren de concentraties NAA in de hersenen lager. Dit zijn exact de hersenmetabolieten die gevonden zijn bij patiënten met de autisme spectrum stoornis.

Vervolgens werd gekeken of deze bacteriesoorten iets zeggen over de stoffen in het bloed.

Serotonine en cortisol

Er werden voorspellende relaties gevonden tussen de fecale microbiota, serotonine en cortisol. Van serotonine en cortisol in het bloed is bekend dat ze het darmmicrobioom beïnvloeden. Met name Bacteroides stond in verband met hogere serotoninespiegels. Ruminococcus voorspelde lagere concentraties van serotonine (neurotransmitter) en cortisol (hormoon). Clostridium en Butyricimonas stonden niet in verband met cortisol en serotonine.

De studieauteur:

“De resultaten ondersteunen de eerdere bevindingen bij ASS. Veranderingen in de serum concentratie van serotonine en cortisol, plus de concentraties Bacteroides en Ruminococcus zijn beschreven bij ASS-patiënten.”

Driehoeksverhouding

Gebaseerd op de eerste bevindingen, wilden de onderzoekers kijken of er een driehoeksverhouding was tussen Ruminococcus, cortisol en NAA. De serumconcentratie van cortisol bracht de relatie tussen de aanwezigheid van Ruminococcus in de feces en NAA in de hersenen tot stand. Met andere woorden: het lijkt erop dat Ruminococcus indirect met de hersenen communiceert via cortisol en zo ook veranderingen in de hersenen aanbrengt.

Deze bemiddelende rol van Ruminococcus geeft inzicht in één van de manieren waarop het darm-microbioom met het brein communiceert.

“Eerst wilden we de relatie tussen het de darm-organismen, biomarkers in het bloed en hersenmetabolieten karakteriseren. Toen we hiernaar keken, bleven ze ons naar bevindingen uit autisme-literatuur leiden.  We blijven voorzichtig en willen onze bevindingen niet aandikken zonder ondersteuning uit klinische interventie studies. Maar we stellen dat dit een bijdrage kan leveren aan de heterogene symptomen van autisme.”

Interessant genoeg verschenen er gelijktijdig met deze bevindingen, ook andere resultaten die de relatie tussen Ruminococcus en de hersenontwikkeling meldden. Dit impliceert dat het onderwerp veelbelovend is voor toekomstig onderzoek.

Wil je meer weten over recente bevindingen betreffende de uitwerking van bepaalde probiotica op autisme en andere stoornissen?

Kijk dan eens bij de volgende artikelen:

Darmbacteriën keren autisme gerelateerd gedrag om

Link tussen darmflora en ASS-symptomen

Autisme en probiotica bij kinderen: welke probiotica doen wat

Hoe darmflora een rol spelen bij bipolaire stoornis

Onderzoek probiotica vanwege de darm-autisme link

Darmbacteriën veranderen de manier waarop ons brein werkt

Foto: Pixabay

Share Button

Blijf op de hoogte van het laatste gezondheidsnieuws

Voer je e-mailadres in, en ontvang bericht in je mailbox als er een nieuw artikel is!

Volg Goed Gezond op sociale media

Kijk op Facebook pagina voor meer tips en nieuws (vergeet niet op 'vind ik leuk' te klikken :-)

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Via de cookies wordt informatie over uw gebruik van onze site gedeeld met partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services.