Meer van dit sociaal hormoon in ons leven, hoe doen we dat?

plezier.jpg

Voor een positieve sociale interactie hebben we het sociaal hormoon oxytocine nodig. Dit “knuffelhormoon” is belangrijk voor de manier waarop we relaties en vriendschappen aangaan/onderhouden en speelt bijvoorbeeld een rol bij autisme. Wat doet oxytocine allemaal, is de werking alleen maar positief? Wat kunnen we zelf doen voor meer oxytocine in ons leven?

Het sociaal hormoon, wat is het

Oxytocine staat bekend als knuffelhormoon, maar wordt ook “gelukshormoon”  en “sociaal hormoon” genoemd. Het hormoon speelt een rol bij hechten en voortplanten. Oxytocine bepaalt onze manier van reageren op de sociale omgeving. De stof dient zowel als hormoon als neurotransmitter en is eigenlijk een klein eiwit dat opgebouwd is door 9 aminozuren, te weten: tyrosine, isoleucine, glutamine, asparagine, proline, leucine, glycine en twee cystine-moleculen.

Bij sociale contacten en de beleving van plezier is oxytocine onmisbaar. Vriendschappen, moeder-kind binding, romantische interacties en seksualiteit, ze verlopen allemaal soepel via deze neuroregulator.  Dit belangrijke kleine eiwit wordt aangemaakt door de zenuwcellen in de tussenhersenen, en wordt via de zenuwuitlopers naar de achterkwab van het hersenaanhangsel getransporteerd en afgegeven aan de bloedbaan. We zetten de stof onder andere vrij als we knuffelen met familie, vrienden, onze kinderen en ook met onze huisdieren.

Knuffelhormoon en relatie

Een nieuwe studie laat weten dat dit kleine eiwit nog meer doet; het knuffelstofje zou ook een rol spelen bij gevoelens van onzekerheid in een relatie. Volgens de studie  –gepubliceerd in Hormones and Behavior– is er sprake van een verhoogde oxytocinespiegel, wanneer een partner interesse in de relatie verliest. Het brein zet oxytocine vrij in tijden van relatiecrises, waarschijnlijk als poging om de relatie te verbeteren. Met andere woorden: het kleine stofje probeert de relatie weer te fixen.

De onderzoekers kwamen tot deze bevindingen door onderzoek met twee groepen: 75 stellen en 148 individuelen met een partner. Oxytocinespiegels werden gemeten voor en na bepaalde denktaken. Deelnemers die zich sterk persoonlijk betrokken bij hun relatie voelden hadden een hogere oxytocinespiegel, wat de rol van het stofje bij sociale hechting bevestigt.

Bij relaties waarbij de één meer betrokkenheid voelde dan de ander, deed zich iets interessants voor. Hoe meer een partner investeerde, des te hoger de oxytocinespiegel was bij het denken aan de relatie. Volgens het team dient deze verhoogde oxytocinespiegel als poging om de band weer op te bouwen. Dit hormoon stuurt de motivatie en aandacht aan om aan de relatie te bouwen, zegt professor/studieauteur Steven W. Gangestad.

Maar er zit ook een grens aan pogingen van oxytocine om een relatie te ‘lijmen’. Bij de stellen waarbij een relatiebreuk bijna een feit was, was er geen duidelijke verhoogde oxytocinespiegel waar te nemen bij de investerende partner. Het brein identificeert dus een kwetsbare relatie en probeert het te verstevigen door middel van de aanmaak van oxytocine. Deze aanmaak neemt af wanneer een breuk niet meer te vermijden valt.

De studieauteur:

“We denken dat de bevindingen ons inzicht geeft in het hoe en waarom het hormoon een rol speelt bij andere soorten van sociale relaties, vooral als die kwetsbaar zijn.”

Gedrag, emoties en sociale issues

Andere studies over oxytocine

Dat het bindingshormoon oxytocine een rol speelt bij kinderen met autisme is door meerdere studies gemeld. Ook de rol bij borderline is aangetoond. 1 2 3  Een nasale spray met oxytocine zou issues omtrent gedrag, emoties en sociale interactie bij kinderen met een autisme spectrum stoornis verbeteren. 4 Aan het gebruik van zo’n spray kan echter ook een nadeel zitten, want lange termijn gebruik zou het brein zelf uiteindelijk niet meer in staat zijn om het “sociale hormoon” aan te maken. 5


Een lage oxytocinespiegel maakt minder empathisch. 6


De neuroregulator speelt samen met testosteron mogelijk een rol bij het ontstaan van schizofrenie. 7


Er is een mogelijk verband tussen depressie en te weinig van dit knuffeleiwit. 8


Een lage oxytocinespiegel is waargenomen bij mensen met borderline, schizofrenie en depressie.